Het D-akkoord klinkt sprankelend en licht. Je speelt het alleen op de vier hoogste snaren, wat het meteen een herkenbaar karakter geeft.
Noten: D - F# - A
Intervallen: priem, terts, kwint
De lage snaren klinken mee.
Richt je aanslag op de vier hoogste snaren. Het helpt om de lage E-snaar met je duim over de hals licht te dempen.
De hoge E-snaar klinkt dof.
Je ringvinger hangt over de hoge E-snaar heen. Buig je vingers wat meer, zodat elke snaar vrij kan trillen.
Een majeurakkoord bestaat uit grondtoon, grote terts en kwint. Het klinkt helder, stabiel en positief.
Majeurakkoorden vormen de basis van vrijwel elk nummer en klinken 'af': je kunt er prima op eindigen.
Deze akkoordenschema's hoor je in honderden nummers. Oefen het D-akkoord in deze veelgebruikte reeksen en klik op een akkoord voor de bijbehorende uitleg.
Oefen het D-akkoord direct in een echt nummer, met meespeelweergave en strumming-patronen.
Alleen de vier hoogste snaren (D, G, B en hoge E). De lage E- en A-snaar horen niet bij het akkoord en maken het geluid modderig.
Dat is deels het karakter van de greep: er zijn maar vier snaren. Zorg dat alle vier de snaren helder klinken, dan klinkt het akkoord vanzelf voller.
D (D majeur) bestaat uit de noten D, F#, A.
Deze akkoorden kom je vaak in dezelfde nummers tegen als het D-akkoord, of het zijn varianten op dezelfde grondtoon.